Kennisbank

Een goede CAD-ondergrond maken voor de openbare ruimte

Een bruikbare CAD-ondergrond bevat niet per se zoveel mogelijk informatie. Het doel is juist om de juiste bronnen geografisch correct, overzichtelijk en controleerbaar samen te brengen.

Begin bij het doel van de tekening

Een ondergrond voor een eerste schets hoeft niet hetzelfde detailniveau te hebben als een uitvoeringsontwerp. Bepaal daarom eerst waarvoor de tekening wordt gebruikt.

Vragen die daarbij helpen:

  • welke ontwerpbeslissingen moeten met deze ondergrond worden genomen?
  • welke objecten moeten maatvast bekend zijn?
  • is alleen bovengrondse informatie nodig of ook kabels en leidingen?
  • wordt de tekening later gebruikt voor hoeveelheden of andere automatisering?

Bron 1: BGT voor de bestaande geometrie

Voor een eerste geometrische basis is de BGT vaak een logische bron. De registratie bevat verschillende objecttypen van de fysieke leefomgeving. Met BGT naar CAD kan deze informatie als DXF worden gebruikt.

Lees ook BGT als CAD-ondergrond voor de voordelen en beperkingen.

Bron 2: luchtfoto voor visuele context

Een luchtfoto helpt om de abstracte geometrie sneller te begrijpen. Je ziet de ruimtelijke inrichting, materiaalverschillen, groen en andere zichtbare kenmerken.

Bron 3: KLIC voor kabels en leidingen

Zodra het ontwerp de ondergrond raakt, is informatie over kabels en leidingen relevant. In een vroege fase kan KLIC helpen om mogelijke knelpunten te herkennen. Voor daadwerkelijke graafwerkzaamheden gelden de formele vereisten en actuele informatie.

Met KLIC naar CAD kan de geometrie naast het ontwerp worden bekeken.

Bron 4: projectspecifieke metingen

Openbare geo-data is niet voor ieder detail voldoende. Voor maatkritische onderdelen kan een landmeetkundige inmeting of andere projectspecifieke bron nodig zijn. De CAD-ondergrond moet duidelijk maken welke informatie uit welke bron komt.

Houd bronlagen herkenbaar

Maak niet één grote ondoorzichtige tekening. Houd informatie logisch gescheiden met een goede CAD-laagstructuur. Dat helpt om bronnen aan en uit te zetten, controles uit te voeren en later geautomatiseerd informatie uit de tekening te halen.

Controleer eenheid en coördinaten

Geo-data moet op dezelfde geografische positie staan. Controleer daarom het coördinatenstelsel en de tekeneenheid. Bij Nederlandse geo-data kom je vaak RD-coördinaten tegen.

Denk vooruit naar hoeveelheden

Wanneer een ontwerp consequent met lagen, gesloten vlakken, lijnen en blocks wordt opgebouwd, kan dezelfde tekening later makkelijker worden gebruikt voor automatische hoeveelheden. Goed tekenen is daarmee ook voorbereiding op verdere digitale verwerking.

Een praktische opbouw

  1. Start met een geografische basis voor het projectgebied.
  2. Voeg alleen bronnen toe die voor de fase relevant zijn.
  3. Houd brondata en eigen ontwerp logisch gescheiden.
  4. Controleer coördinaten, schaal en eenheden.
  5. Vervang algemene brondata waar nodig door projectspecifieke metingen.
  6. Leg vast welke bron voor welk onderdeel leidend is.

Ondergrond opbouwen met open data?

Gebruik Klic2CAD om KLIC, BGT en luchtfoto praktisch in je CAD-workflow te brengen.

BGT naar CAD